Nieuwsbrief

Wist je dat paarden in de winter ook sterk kunnen zweten bij intensieve training?

Handige tips, leuke (webshop) acties, nieuwe onderzoeken en toffe video's willen we graag met je delen! Bekijk hier de nieuwsbrief van vorige maand

Meld je hier aan

Adviesfilter
Advies over
Houderij

 

Olympisch paardenvoer, een heel geregel

Hoera, je gaat naar de Olympische Spelen. Maar na de vreugde dat je bent geselecteerd, komen de zorgen. Hoe ga je regelen dat je paard in Rio niets tekort komt? Want je wilt natuurlijk dat hij daar hetzelfde te eten krijgt als thuis. Maar dat is niet zo vanzelfsprekend als het klinkt. Een kijkje achter de schermen.

Als je als ruiter de longlist hebt gehaald, is het nog lang niet zeker dat je ook daadwerkelijk naar de Olympische Spelen gaat. Er volgen allerlei selectiewedstrijden en je paard moet gezond blijven. Maar eenmaal op de lijst word je gevraagd door je nationale sportbond –dus in ons geval de KNHS- om aan te geven wat je wilt meenemen als je gaat. Dat moet je breed zien: van borstels en dekjes tot voer.

De stofwisseling van paarden is bijzonder gevoelig. Ze reageren slecht op veranderingen in hun rantsoen. Het is dus zeker voor zulke topatleten belangrijk om het eigen voer mee te nemen op reis. Het hoofdbestanddeel van het rantsoen van een paard bestaat uit ruwvoer. “Je zou dus denken dat ruiters het eigen hooi en kuil meenemen. Dat willen ze ook graag, maar dat mag niet in Brazilië”, vertelt Rob Krabbenborg, voedingsdeskundige bij Pavo, die zich al meer dan een half jaar bezig houdt met de voorbereidingen voor Rio. “We waren al een hele tijd druk met het uitzoeken van geschikt ruwvoer met de juiste gehalten aan voedingsstoffen. Maar we mogen het daar niet importeren.”

Uit angst voor overdraagbare plantenziekten heeft het Olympisch comité van Brazilië bepaald dat alle ruiters moeten kiezen uit slechts een paar soorten ruwvoer, die vanuit Europa mogen worden meegenomen naar Rio. Het gaat om vier typen kuilgras van het merk Marksway. Daarnaast konden de potentiële deelnemers begin 2016 aangeven  of ze een bepaald merk Amerikaans timothee hooi wilden laten importeren of het Braziliaanse Tifton 85 hooi, wat ter plaatse is te bestellen. Voor deze laatste optie is door geen enkele Nederlandse ruiter gekozen, aangezien er vragen waren over de kwaliteit. Krabbenborg: “Ik vind het eigenlijk onvoorstelbaar. Stel je voor dat je tegen wielrenners in de Tour de France zegt dat ze alleen lokaal voedsel mogen eten. Of dat onze hardloopster Daphne Schippers daar alleen mag kiezen uit wat de pot schaft. Terwijl we ook topprestaties van onze paarden verwachten. Gelukkig hebben we iemand gevonden die twee van deze merken ruwvoer in Nederland levert, zodat ruiters hun paarden er nu al aan kunnen laten wennen.”

Ziektekiemen

Wat wel mee mag is het eigen krachtvoer. Maar ook dat is aan strenge regels gebonden. Ruiters mogen opgeven wat ze aan krachtvoer mee willen nemen. Al die soorten van verschillende merken worden eerst door een Amerikaans instituut gekeurd en moeten daarna nog door de Braziliaanse autoriteiten worden goedgekeurd. De recepten worden overlegd en als het voer een ruwvoerachtig bestanddeel als luzerne of timothee bevat, moet worden aangetoond dat dit een hittebehandeling heeft ondergaan, zodat er geen enkele ziektekiem in kan overleven. Wordt er toestemming verleend, dan wordt het voer kort van tevoren verzameld, zodat de houdbaarheidsdatum niet wordt overschreden. Het gaat met de paarden mee in het vliegtuig naar Rio. Eenmaal daar gaat het vanaf het vliegveld meteen in een vrachtauto, die rechtstreeks naar het Olympische stallencomplex rijdt, dat verder hermetisch is afgesloten. “Even een pallet nasturen, omdat iemand iets is vergeten, is er niet bij. Dat komt er niet in”, merkt Krabbenborg op.

Hij is niet bang dat het voer qua smaak of kwaliteit te lijden heeft door de reis of de andere weersomstandigheden in Brazilië. “Het transport vindt kort van tevoren plaats. Voer in papieren zakken kan wel wat hebben. Wij verkopen het over de hele wereld onder verschillend condities en dat gaat prima. Maar net als bij de mensen thuis moet het voer het liefst donker en droog worden bewaard. Hogere temperaturen zijn bij het verse voer niet zo’n probleem. Het moet alleen niet in de zon liggen, want dan bestaat de kans dat het vet in olierijke producten ranzig wordt, waardoor de paarden het niet lekker meer vinden.”


Topsportvoer

De paarden zijn minimaal veertien dagen in Rio, sommigen iets langer. Dat betekent per paard grofweg 150 kilo ruwvoer en 60 kilo krachtvoer. Daar komen dan nog supplementen voor zoutvoorziening, vitamine E en slobber bij. Je denkt misschien dat die Olympische paarden alleen topsportvoer eten. Maar dat is niet zo. Krabbenborg: “Het grappige is dat ik ons hele assortiment voorbij zag komen bij de aanvragen. Sommige krijgen heel gewoon voer dat je ook aan recreatiepaarden geeft. Havervrij, laag in zetmeel of zelfs vrij van granen. Maar er zijn natuurlijk ook ruiters die echt sportvoer geven, met veel eiwit en energie. Met name de eventers verdiepen zich goed in de gehalten. Of het door alle toestanden niet hele dure zakjes voer worden? Nee hoor, alleen de transportkosten zijn extra.” Hij gaat zelf vinger aan de pols houden of het wel goed gaat met het voer in Rio. “Jazeker, wij gaan erheen.”



Merel Blom: “Voeding in Rio punt van zorg”

Eventer Merel Blom is al maanden bezig met het juiste rantsoen voor haar Rumor Has It. “We konden één merk kuilgras uitproberen, dat daar in drie varianten kan worden geleverd. We hebben getest wat Rumor lekker vond. Eén soort viel af. Dan gaat het bij die andere twee om de gehalten aan energie en eiwit en wat we daarnaast nog moeten aanvullen met krachtvoer. Dat is best een gepuzzel, waar ik gelukkig hulp bij krijg van deskundige mensen.” Ze legt uit dat haar paard een kieskeurige eter is. En dat de kans bestaat dat hij iets dat hij thuis goed eet in het zonnetje van Rio ineens niet meer lekker vindt. “Ik neem dus meerdere soorten mee, zodat er altijd wel iets is dat hij eet. En het ruwvoer gaat ook mee in het vliegtuig, zodat het niet van smaak verandert door een lange reis in een container per schip.” Per paard gaat er 100 kilo krachtvoer en 200 kilo ruwvoer mee.

In de aanloop naar de Spelen heeft Rumor eiwitrijke voeding gekregen, voor maximale spieropbouw. “Hij is nu optimaal. We willen qua rantsoen zo min mogelijk veranderen. Alleen geven we voor de dressuur wat minder suikerrijk voer, want dat geeft teveel explosieve energie, die je dan niet wilt hebben. Daarna krijgt hij Pavo Allsports, zodat hij genoeg brandstof heeft voor de cross. En hij krijgt Pavo Topsport, want daar zit alles in om hem fit te houden. Om zijn spieren te ondersteunen gaat er Pavo MuscleCare mee.”

Merel kan niet wachten tot het vliegtuig vertrekt. “Het was lang onwerkelijk. Je paard moet fit blijven en ik natuurlijk ook. Ik zat van de week op een jong paard op de crossbaan die een rare sprong maakte. Daar moet je dan niet teveel over nadenken. Ik ben er helemaal klaar voor. Het is zo gaaf.”


Ad Wagemakers van de KNHS:

“Tot de invlechtelastiekjes aan toe”

Hij is er ontzettend druk mee om alles zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Teammanager Ad Wagemakers legt uit dat er al in een vroeg stadium in Brazilië moest worden aangemeld wat er mee ging aan voer en andere spullen. “Tot juni was er nog sprake van een longlist met dertig paarden, terwijl er uiteindelijk maar veertien gaan. We hebben ervoor gekozen om  het voer  per vliegtuig met de paarden mee te sturen, zodat het zo ‘vers’ mogelijk mee kan. Dat is weliswaar iets duurder dan in een container op een schip en de opslag is verre van optimaal, maar we hoeven minder mee te nemen, omdat bekend is welke paarden echt gaan.” De transportkosten komen voor rekening van het NOC en de KNHS.

Het werk van Wagemakers is niet eenvoudig. “Om een indruk te geven van de regels waaraan we moeten voldoen: er mag niets van hout mee. Geen houten kisten, maar bijvoorbeeld ook geen zadels met een houten boom. En we moesten tot in de kleinste details opgeven wat we meenemen, dus ook welke invlechtelastiekjes. Gelukkig werken we met professionele ruiters die wat gewend zijn. Iedereen neemt voldoende mee, ook op voergebied. Maar het is wel een belemmering, want vanaf het moment dat we deze lijst hebben ingeleverd in juni tot vertrek is het nog veertig dagen. En er kan dus niets meer worden toegevoegd.”