Nieuwsbrief

Wist je dat paarden in de winter ook sterk kunnen zweten bij intensieve training?

Handige tips, leuke (webshop) acties, nieuwe onderzoeken en toffe video's willen we graag met je delen! Bekijk hier de nieuwsbrief van vorige maand

Meld je hier aan

Adviesfilter
Advies over
Houderij

 

PPID, een veel voorkomende aandoening bij oudere paarden

 

Steeds meer paardenbezitters weten dat paarden, met name als ze ouder worden, de ziekte van Cushing kunnen krijgen en dat deze paarden uiteindelijk vooral te herkennen zijn aan hun lange krulvacht. Over het ontstaan, de andere symptomen en de mogelijkheden deze paarden langer op de been te houden komen in de dagelijkse praktijk echter regelmatig vragen. De wetenschappelijke kennis over deze aandoening is bovendien door onderzoek de laatste jaren flink toegenomen. Daarom hier nadere uitleg over de aandoening.

Hoe vaak komt PPID voor?

Bij oudere paarden komt de aandoening (logischerwijs) relatief vaak voor. Uit onderzoek in Groot  Brittannië en Australië is gebleken dat 20 tot 30 % van de paarden ouder dan 15 jaar PPID heeft. Daarnaast bleek dat maar een klein percentage van de eigenaren van deze paarden weet of herkent dat hun paard deze aandoening heeft. Hoewel de kans kleiner is, kan ook bij jongere paarden PPID voorkomen; vanaf een leeftijd van circa 7 jaar bestaat de mogelijkheid dat de ziekte zich begint te ontwikkelen.

Wat zijn de symptomen van PPID?

PPID is het makkelijkst te herkennen aan de lange, krullerige vacht en het slechte verharen in het gevorderde stadium van de ziekte. In het stadium waarin de ziekte zich langzaam ontwikkelt kan het echter zo zijn dat deze vachtveranderingen nog niet aanwezig zijn maar dat er wel al andere symptomen optreden die bij PPID kunnen horen. Met name hoefbevangenheid is in dit opzicht een gevreesde complicatie.

In het najaar is PPID zelfs in ongeveer 70% van de gevallen de veroorzaker van deze ernstige voetaandoening!

Dit komt doordat bij paarden met PPID de suikerstofwisseling, zoals gezegd, verstoord is waardoor zij extra gevoelig zijn voor een suikerrijk rantsoen. Bij een paard dat hoefbevangen wordt zonder dat daar een andere oorzaak voor is aan te wijzen (bijvoorbeeld losbreken en veel  krachtvoer eten) is het dus verstandig het dier te laten onderzoeken op PPID.

Verminderd presteren kan ook een van de eerste symptomen van de ziekte zijn; vrij onlangs werd er via bloedonderzoek bij de GD bij een 8 jarig (!) springpaard deze diagnose gesteld. Het paard had als enige klacht dat het wat slomer was en dat het dier het niveau waarop het sprong (1.30 m.) niet meer zo goed aankon als voorheen.

Bij een ouder paard wordt sloomheid en/of verminderd presteren vaak toegeschreven aan de hogere leeftijd, maar dit kan dus ook een uiting van deze aandoening zijn!  Andere symptomen die kunnen worden gezien zijn o.a.: veel drinken en veel plassen, een hogere gevoeligheid voor infecties, verminderde vruchtbaarheid, verlies van spieren en een buikig model en abnormaal zweten.

Hoe kun je een paard onderzoeken op PPID?

Vraag je dierenarts om een onderzoek naar PPID.

Sinds enkele jaren is het veel makkelijker om goed onderzoek uit te voeren naar de ziekte: een enkelvoudig bloedmonster is al voldoende om een bepaling te doen van het hormoon ACTH waarmee de diagnose betrouwbaar te stellen is. Dierenartsen kunnen indien gewenst instructies en alle materiaal voor inzending via de GD verkrijgen.

De beste tijd om dit onderzoek uit te voeren is in het najaar (augustus tot en met okt), het blijkt namelijk dat de paarden met PPID dan een relatief veel hogere bloedspiegel aan ACTH hebben dan paarden die de ziekte niet hebben. Maar ook buiten deze periode kan het paard getest worden, er wordt dan een andere referentiewaarde gehanteerd, die rekening houdt met een lagere bloedspiegel van het hormoon.


Hoe kun je een paard met PPID verder ondersteunen?

Het aanpassen van het management van het paard kan een belangrijke bijdrage aan een goede en lange levensduur van een paard met PPID. Hierbij moet je met name denken aan het aanpassen van de voeding (niet te suikerrijk) en de weidegang, want door een verstoorde suikerstofwisseling zijn paarden met PPID extra gevoelig voor suikers (dus òòk fructaan uit gras) en raken zij sneller hoefbevangen. 



Wat is PPID?

PPID is de afkorting van Pituitary Pars Intermedia Dysfunction. De ziekte werd ‘Ziekte van Cushing’ genoemd, maar nu we meer van de achtergronden weten blijkt dat deze naam eigenlijk niet juist is. Kort gezegd is PPID een verouderingsziekte die een verstoring geeft in de hormoonafgifte in het hersenaanhangsel (hypofyse) van een paard. Dit hersenaanhangsel geeft bij paarden met PPID te veel hormonen af. Hierdoor raakt het paard dus hormonaal uit balans waardoor onder andere de suikerstofwisseling, de afweer tegen infecties en het wisselen van de vacht negatief beïnvloed worden.

Wat is de prognose van PPID?

Als bij een paard of pony de diagnose PPID tijdig gesteld wordt en het dier met de juiste maatregelen ondersteund wordt kan het vaak nog prima jaren gebruikt worden, dan wel een prettig leven leiden als het reeds gepensioneerd is. Zeker als voorkomen kan worden dat het paard als gevolg van de PPID (terugkerend) hoefbevangen wordt, omdat dat uiteindelijk kwaliteit van leven het meest kan bedreigen.


Kun je PPID behandelen?

PPID is weliswaar nog niet te genezen, maar met medicatie (pergolide) is deze ziekte wel te behandelen en kunnen de negatieve gevolgen langdurig en effectief worden voorkomen. Deze medicatie zorgt er voor dat de hormoonproductie in het  hersenaanhangsel geremd wordt. Daardoor wordt effectief voorkomen dat het paard last krijgt van de complicaties van PPID zoals hoefbevangenheid, sloomheid en vachtveranderingen.

Dit artikel is geschreven door Linda van den Wollenberg, paardeninternist bij GD Deventer.