Nieuwsbrief

Wist je dat paarden in de winter ook sterk kunnen zweten bij intensieve training?

Handige tips, leuke (webshop) acties, nieuwe onderzoeken en toffe video's willen we graag met je delen! Bekijk hier de nieuwsbrief van vorige maand

Meld je hier aan

Adviesfilter
Advies over
Houderij

 

Suiker veroorzaakt hoefbevangenheid

De zoete verleiding met als gevolg hoefbevangenheid

Tekst: Jessica Bunjes

Het schrikbeeld van veel paardenbezitters in het weideseizoen is hoefbevangenheid. De angst voor te veel eiwit in het voer bepaalt voor een groot deel het handelen. Maar eiwit is helemaal niet de oorzaak van het ontstaan van hoefbevangenheid. Dit blijkt uit het onderzoek van de Australische professor Christopher Pollitt (Universiteit van Queensland): “Suiker is hoofdverantwoordelijk voor het ontstaan van hoefbevangenheid”.

Het verband tussen hoefbevangenheid en eiwit is altijd een vrij logische geweest omdat de aandoening vooral in het voorjaar optreedt in een periode waarin het gras groeit en veel eiwit bevat”, zegt dierenarts Leendert Jan Hofland.

“Hoofdveroorzaker van hoefbevangenheid in het weideseizoen is volgens de nieuwste inzichten een meervoudig suiker, genaamd fructaan, dat door gras geproduceerd wordt”, verklaart Vincent Hinnen, nutritionist bij Pavo. Hij baseert zich daarbij op de onderzoeken van de Australische professor Christopher Pollitt.

Fructaan en hoefbevangenheid

Het meervoudige suiker fructaan, een zogenaamde polysaccharide, ontstaat onder invloed van zonlicht in gras tijdens de fotosynthese (het stofwisselingsproces in gras). Het is een bouwstof die ontstaat in de grasplant en die dient als tijdelijke opslag wanneer bij de fotosynthese te veel energie wordt geproduceerd, welke niet voor groei van het gras gebruikt wordt.

Hoeveel energie er wordt geproduceerd en hoeveel er gebruikt wordt, is van veel factoren afhankelijk. Onder andere van de intensiteit van de zonnestraling, de temperatuur op de dag zelf en de plantensoort. Veel zon en warmte betekent sterke plantengroei en daardoor weinig achterblijvend fructaan in het gras. Zonlicht en kou zorgen voor een hoog fotosyntheseniveau en ook dat de plant nauwelijks of niet groeit, waardoor overvloedig geproduceerde energie in de vorm van fructaan(90%) en zetmeel wordt opgeslagen.

Het paard als suikerpatiënt

De variatie van het fructaangehalte in gras is sterk wisselend: Bij koud, zonnig weer ligt de waarde tot 200 maal hoger als bij warme, bewolkte of regenachtige dagen. Hinnen waarschuwt:”De hoogste fructaanconcentraties zijn bij zonnig vriezend weer te verwachten, wanneer de temperatuur ’s nachts onder de 5 graden Celsius is gekomen, wanneer de weide niet bemest is of wanneer het extreem droog is. Eiwit daarentegen is, ook als het seizoensmatig veel opgenomen wordt, geen probleem".

Dierenarts Drs. Hofland:”Met een tijdelijke overmatige opname van eiwit kan het paard goed overweg. Met name als het paard daar geleidelijk aan kan gewennen".

Een terugkerende suikerpiek is net als bij een suikerpatiënt zeer slecht. “De bloedsuikerspiegel stijgt sterk wanneer het paard veel suikerrijk gras opneemt in het voorjaar. Tegen deze sterke stijging is het lichaam van een paard niet opgewassen” verklaart Vincent Hinnen. “Ook de darmflora in de dikke darm kan zulke hoge fructaanconcentraties niet verwerken".

Dierenarts Hofland zegt daarbij: ”rantsoenen met veel zetmeel en suikerbevattend krachtvoer, of rantsoenen met veel gerst en maïs kunnen niet of nauwelijks in de dunne darm worden verteerd. Ze worden daardoor verteert in de dikke darm".

Het proces, zegt Hinnen, verloopt grofweg als volgt: “De gedeeltelijk of geheel onverteerde massa komt in de dikke darm terecht waar ruwe celstof en koolhydraat verterende bacteriën leven. Door het overmatige aanbod van koolhydraten vermeerderen de koolhydraat verterende bacteriën zich explosief en scheiden als nevenproduct melkzuur uit. Dit melkzuur verlaagt de pH –waarde in de dikke darm van 7 (neutraal) naar een meer zure pH-waarde van bijvoorbeeld 6. Dat heeft tot gevolg dat de ruwe celstof verterende bacteriën massaal afsterven.

Door dat afsterven ontstaan gifstoffen, de zogenaamde endotoxinen. Deze beschadigen gelijktijdig de darmwand waardoor melkzuur in de bloedbaan komt. Gevolg is een verzuring van het organisme. Deze systematiek gaat verder in de hoef: het resultaat een acute hoeflederontsteking, die een onomkeerbare en zeer pijnlijke hoefbeenverplaatsing en rotatie veroorzaakt. Met andere woorden: hoefbevangenheid is het resultaat".


een hoefbevangen paard heeft veel pijn, voorkom dat je jouw paard zo in de wei ziet staan
fructaan in gras kan hoefbevangenheid veroorzaken

Hoefbevangenheid voorkomen

De basis in het rantsoen van ieder paard moet ruwvoer zijn. Wie bij het voeren van krachtvoer op safe wil gaan moet geëxpandeerde brokken of gepofte muesli’s voeren. Het op die manier behandelde zetmeel kan goed verteerd worden.

Hinnen zegt daarnaast: “paarden die gevoelig zijn voor hoefbevangenheid mogen geen granen krijgen als maïs en gerst omdat het zetmeel daarvan slechts voor 30% verteerbaar is. Als men toch een keuze wil maken voor granen dan is het beste alternatief haver omdat het zetmeel in dit graan voor 80% verteerd wordt.”

Onbemest gras bevat meer suiker

Als tip noemt hij dat paarden na een koude nacht pas ’s middags op de wei gelaten worden en om de paardenwei in het voorjaar te bemesten met 10 tot 15 m3 organische mest. De mest bevat namelijk fosfor, kalium en stikstof, die de suiker eenvoudigweg verdringt. De belangrijkste reden om te bemesten is trouwens om te zorgen dat de grasplant ook kan groeien, want groeistilstand betekent dat het fructaan niet omgezet wordt en in de grasplant blijft zitten.


Het juiste gras

"Nederlandse weides, waar over het algemeen veel Engels raaigras groeit, zijn voor paarden niet ideaal omdat dit gras buitengewoon bladrijk en productief is en dus veel fructaan kan produceren. In gebieden waar van oudsher paarden leven is dat anders. In de natuur nemen de paarden een ander soort gras op en nemen ze het meer verdeeld over de dag op en er staat per vierkante meter veel minder gras.

In de hedendaagse paardenhouderij eten de paarden in minder uren meer op”, verklaart Hinnen. “Paardenhouders zouden dan ook fruktaanarme grassoorten moeten zaaien”, raad Vincent Hinnen aan. De aanname, dat vette weides gevaarlijker zijn dan gemaaide weilanden verklaart de voedingsexpert als onzin. In de stengels wordt erg veel fructaan opgeslagen.

Aan de andere kant kan het paard door de geringere groei minder gras opnemen waardoor het gevaar op hoefbevangenheid daalt. Zijn basisadvies luidt dan ook: ”begrens in de voorjaarsperiode de tijd dat de paarden in de weide zijn of verklein de percelen of zet de dieren een gedeelte van de dag in een paddock. Denk er wel aan de dieren dan altijd stengelig hooi te voeren. Oppassen is het wel met paarden die hoefbevangenheid hebben gehad. Zij zijn extra gevoelig en ook hooi kan fructaan bevatten.