Nieuwsbrief

Wist je dat paarden in de winter ook sterk kunnen zweten bij intensieve training?

Handige tips, leuke (webshop) acties, nieuwe onderzoeken en toffe video's willen we graag met je delen! Bekijk hier de nieuwsbrief van vorige maand

Meld je hier aan

Adviesfilter
Advies over
Houderij

 

Een weeskind breekt door

Soms verliest een veulen zijn moeder. Als er geen geschikte pleegmerrie kan vinden kan Pavo veulenmelk een uitkomst bieden. Net als bij Obelix, een Engels Volbloed veulen dat op jonge leeftijd zijn moeder verloor. Grootgebracht met Pavo veulenmelk brak hij dit jaar door op de renbaan.

Obelix is geen onstuimige Galliër en in tegenstelling tot zijn beroemde naamgenoot is hij slank en pezig. Toch hebben de vierjarige Engelse volbloed en de besnorde stripfiguur iets gemeen: Beiden hebben als kind een grote hoeveelheid van een speciale drank tot zich genomen. Bij de Galliër was het een toverdrank, dat hem onverslaanbaar maakte. De vierbenige Obelix kreeg, na de vroege dood van zijn moeder, Veulenmelk van Pavo. Daarmee groeide hij uit tot een succesvol renpaard.

‘Ik was net in Hamburg, toen ik het schokkende bericht kreeg’ herinnert mevrouw M. Peters uit Krefeld zich. Deze dag veranderde op slag haar relatie met paarden in het algemeen en vooral die met Obelix.

De eigenaar
De 50-jarige mevrouw Peters houdt samen met haar man sinds 1984 Engelse Volbloeden. Altijd als haar vierbenige atleten op de renbaan in Duitsland of Frankrijk startten, volgde zij de koers op de renbaan zelf of via de televisie. ‘Ik geniet van de snelheid en elegantie van deze dieren’. Haar relatie met paarden was jarenlang puur die van eigenaresse die de training betaalde, zonder persoonlijke omgang met de dieren. Eén vraag was echter nog onbeantwoord voor mevrouw Peters en haar man: Wat gebeurt er met deze paarden, als hun renbaancarrière voorbij is? De meest voor de hand liggende optie was voor mevrouw Peters en haar man absoluut géén optie. Sinds 2002 bewonen ze een kleine hoeve, waar gepensioneerde renpaarden hun oude dag slijten. Voor de fokkerij van de Engelse volbloedpaarden is de schoonvader op zijn stal verantwoordelijk.

Een moederloos veulen, wat nu?
Maar wat ik toen aan de telefoon te horen kreeg, veranderde alles’De moeder van Obelix had zware koliek en was met haar veulen naar een kliniek getransporteerd. Twee dagen vochten de artsen tevergeefs om haar leven. ‘Gelukkig stond de kleine al’, zegt mevrouw Peters. ‘Maar wat moest er met hem gebeuren?’ In principe zat er maar één ding op: Obelix moest naar huis, hij moest weg uit de kliniek. Hij was pas vier weken oud, maar gezond. ‘Dat was voor mij een compleet nieuwe situatie. Ik had geen idee hoe je een jong veulen verzorgt’. Mevrouw Peters vroeg haar vrienden op de renbaan naar hun ervaringen. Ook legde ze contact met andere fokkers om hulp en raad te verzamelen.Iemand raadde haar aan om een pleegmerrie te zoeken. Dat kon via een organisatie in Keulen, die zich speciaal om moederloze veulens bekommert (‘Fohlenhof’ in Keulen).

Op zoek naar een pleegmoeder
Op de terugweg van Hamburg naar Krefeld regelde mevrouw Peters een stal en vervoer voor de kleine Obelix, die per paardentaxi naar Krefeld werd gebracht. Eenmaal thuis aangekomen, zocht mevrouw Peters het telefoonnummer van de veulencentrale in München. Alle pleegmerries waren al vergeven. Toen was er nog een merrie-eigenaar, die direct toezei, aangezien zijn merrie haar veulen verloren was. ‘Maar vlak voor het opladen kreeg ook deze merrie koliek. Dus weer niks’. Toen de volgende poging: de veulencentrale in Keulen. ‘Na een telefonische schets van mijn situatie kreeg ik van hun het denigrerende antwoord: Ik zou absoluut niet het geduld hebben om zo’n veulen groot te brengen. Je moet elke twee uur melk geven en een veulen moet in een kudde, zodat hij niet gaat denken dat hij een mens is. Ik zou daar geen tijd en geduld voor hebben.’ ‘Mijn verwachtingen van de veulencentrale waren heel anders. Ik wilde advies over de voeding en een antwoord op de vraag of er nog ergens een pleegmerrie ter beschikking was. Ik had niet gerekend op dergelijke negatieve aanwijzingen.’ De gedachten van mevrouw Peters cirkelden steeds weer om hetzelfde probleem: ‘Een veulen drinkt toch de melk van de moeder? Ik wist niet hoe dat vervangen kon worden.’ De oplossing kwam sneller dan verwacht.

Veulenmelk biedt uitkomst
Haar plaatselijke voerleverancier adviseerde haar Veulenmelk van Pavo. ‘Anders dan koemelk, dat een andere samenstelling heeft dan merriemelk, is de Pavo Veulenmelk specifiek op de behoefte van het veulen afgestemd. Voor de overgang van melk naar vast voedsel, moest ik volgens de voerleverancier de Pavo Podo Start langzaam introduceren.’ ‘Achteraf klinkt alles zo makkelijk’ verteld mevrouw Peters, ‘maar voor mij was alles nieuw. Ik kocht alles wat ik dacht voor een veulen nodig te hebben, zelfs een veulenhalster’ ‘Slechts twee uur later kwam de transporteur met mijn vier weken oude veulen het erf op gereden. Uit de trailer was een klagelijk ‘waar ben ik?’-gehinnik te horen. De transporteur heeft de kleine min of meer uit de trailer gedragen. Hij wenste me veel succes met de kleine man en zei alleen; ‘Dat lukt u wel’’. ‘Daar stonden we dan met Jan en alleman om de stal. Een grote, met tralies afgesloten stal. Als eerste moest de kleine drinken. Hij had gedurende de bijna drie uur durende rit niets gekregen. Dus de beschrijving op de emmer Veulenmelk gevolgd: warm en koud water mengen met melkpoeder, dan vervolgens in de fles… Allemaal geen enkel probleem.Maar het veulen weigerde uit de fles te drinken! In plaats daarvan beet het op de speen..’ Voor mevrouw Peters en haar familie een vertwijfelende situatie, ten slotte had het veulen dringend voedingsstoffen nodig. ‘Ik heb de melk toen op een schotel gegoten, en dat lukt’, herinnert ze zich. De kleine had ook een naam nodig. Omdat alle Engelse volbloednamen beginnen met de beginletter van de moedersnaam, werd het veulen tijdelijk ‘Otto’ genoemd, aangezien zijn moeder Odina heette. Echter de opwinding was daarmee nog niet voorbij.

Op zoek naar een maatje
‘Zo’n veulen kan natuurlijk niet alleen blijven, dus plaatsen we het veulen in een box naast ervaren merries. Maar deze toonden helemaal geen interesse en zijn zelfs woedend op mijn Otto afgestoven! Toen werden de oudste, rustigste en liefste paarden ernaast gezet, maar ook die waren niet geïnteresseerd. Toen we met de oude warmbloed ‘Giral’ en Otto aan het halstertouw aan de weides voorbij liepen, keek plotseling het grootste paard van stal ongelofelijk nieuwsgierig, opmerkzaam en alert over de weideafzetting, alsof het wou zeggen: ‘Wat schattig! Wat is dat? Laat die kleine eens zien!’ ‘We zijn er uit’, zei Barbara, ‘Vampy moet naast het veulen op stal’. ‘Ik had zo mijn twijfels’, aldus mevrouw Peters, ‘Vampy was met zijn1.75 m. zo groot, pas zes jaar oud en een ruin’. Maar toch, Vampy werd uit de weide gehaald. Er kon niets gebeuren, aangezien er tralies tussen de stallen zaten. Toen de paarden op stal naast elkaar stonden was het overduidelijk: Otto en Vampy, liefde op het eerste gezicht! De paddock werd zo ingericht, dat Otto aan de ene kant en Vampy aan de andere kant kon staan. Welliswaar door een hek gescheiden, maar ze konden elkaar goed zien en besnuffelen. Tot de dag dat Vampy besloot dat het gescheiden staan wel welletjes was geweest en hij dwars door het hek ging. De reus stond plotseling bij Otto in de paddock! Na veel opwinding was echter snel te zien dat Vampy en Otto elkaar helemaal gevonden hadden. ‘Er was dus plotseling toch een ‘pleegmerrie’ en Otto hoefde niet alleen op te groeien. Vampy had een uitgesproken ‘moederinstinct’. Zelfs later in de kudde met andere merries en veulens, beschermde hij de toekomstige ster, alsof hij zelf een merrie was met een klein veulen aan haar zijde.

Voeden in het donker
Vijf maanden lang kreeg Otto melk. Het was heel vermoeiend om elke twee uur melk klaar te maken en te voeren. Ook in de kudde, ’s avonds tegen 22.30 uur, in het stikdonker. Je zag geen hand voor ogen, maar als je ‘Otto’ riep, kwamen beide paarden uit de duisteris tevoorschijn. Vampy kreeg elke twee uur een portie wortels en de laatste slok melk van Otto’s portie (hij was tenslotte de zoogvader). Vampy nam het in de 5 maanden als vervang-mama ook voor lief dat Otto op de weide voortdurend aan zijn staart kauwde, zodat hij een tijd lang alleen nog een model ‘stoffer’ als staart had.’ In de opvolgende maanden groeide het kleine weeskind uit tot een sterke youngster. Echter naderde de tijd van het afscheid en Otto ging met zes maanden samen met de andere veulens van de stal naar de volbloed-kleuterschool. Hier bleef hij totdat hij 17 maanden oud was. ‘Het afspenen van Otto trof Vampy zwaarder dan de andere merries’, herinnert zich mevrouw Peters zich. ‘Alle arbeid en inspanning rondom Otto is mij alleen gelukt met dank aan alle hulp van familie en vrienden’, aldus mevrouw Peters.

De training
Als jaarling kwam Otto, die ondertussen met ‘Obelix’ zijn echte naam gekregen had, naar de renbaan in Krefeld. Op ongeveer tweejarige leeftijd kwam hij vervolgens bij de succesvolle trainster Erika Mäder, die hem onder haar hoede nam. Ze zag al snel dat het paard veel potentie had. ‘Het is een geweldig paard met onvoorstelbaar veel werklust, daarbij is hij zeer ongecompliceerd te bewerken’, vertelt ze enthousiast. Met zijn winnermentaliteit bereikte hij naast meerdere eerste plaatsen, ook een derde plaats bij de ‘Prix de la Roseraie’ in Longchamp in Frankrijk, waar hij tegen grote internationale concurrenten moest optreden.Het voormalige zorgenkind is ondertussen een echte ster geworden, die Erika Mäder nog het één en ander toevertrouwt. Ookal ziet mevrouw Peters haar Otto minder vaak, de hechte band is gebleven. ‘Iedere keer wanneers hij een koers loopt, kan ik mezelf niet meer bedwingen van de opwinding’, vertelt ze. Door de goede ervaring is mevrouw Peters Pavo blijven voeren. ‘Ik ben het blijven voeren, omdat het resultaat mij overtuigd heeft’, zegt ze. ‘De paarden zien er met het voer van Pavo niet alleen goed uit, het gaat ze ook zeer goed’.

Alle informatie in deze site over voeding en verzorging van drachtige merries, veulens en opgroeiende paarden hebben wij voor u gebundeld op onze speciale fokkerij pagina. Hier kunt u ook het boekje Help, een moedeloos veulen gratis downloaden