Nieuwsbrief

Wist je dat paarden in de winter ook sterk kunnen zweten bij intensieve training?

Handige tips, leuke (webshop) acties, nieuwe onderzoeken en toffe video's willen we graag met je delen! Bekijk hier de nieuwsbrief van vorige maand

Meld je hier aan

Adviesfilter
Advies over
Houderij

 

Voeding IJslandermerrie en -veulen

Het voorjaar staat weer voor de deur. En dat betekent dat het moment waar velen van ons reikhalzend naar uitkijken weer aan gaat breken: de veulens worden geboren. Vandaar dat ik dit maal de voeding van merrie en veulen onder de loupe neem. De voedingsbehoefte van dragende merries, zogende merries en jonge veulens is wezenlijk anders dan van onze rijpaarden. En dat betekent dat we aan de merrie met haar veulen speciale (voedings)aandacht moeten geven.

Voeding van dragende merries
Uit onderzoek is gebleken dat de voeding van drachtige merries een grote invloed heeft op de ontwikkeling van het veulen. Met name de echte gewichtstoename van het veulen en specifieker de ontwikkeling van het beenwerk van het veulen worden sterk bepaald in de laatste 3 maanden van de dracht. Als uw merrie eind mei uitgeteld is, dan begint deze periode dus vanaf eind februari. Het ongeboren veulen ontwikkelt zich met name tijdens de laatste 3 maanden van de dracht enorm snel. Het gewicht van een IJslander-veulen neemt in deze 3 maanden toe van 12 kilo naar 35 kilo. (zie grafiek 1).

In de eerste maanden van de dracht is de voedingsbehoefte van dragende merries eigenlijk gelijk aan niet drachtige merries. Maar in de laatste 3 maanden van de dracht, de periode van snelle groei van het ongeboren veulen, is het erg belangrijk dat de merrie voldoende voedingsstoffen (energie, eiwit en de diverse vitamines, mineralen en sporenelementen) aangeboden krijgen via het voer. Bij tekorten aan bepaalde voedingsstoffen kan de groei van het veulen dan namelijk stagneren en bijvoorbeeld de aanleg voor beengebreken ontstaat, doordat het veulen niet voldoende elementen voor handen heeft om een goede reserve in de lever op te bouwen. Neem bijvoorbeeld eiwit. Veulens groeien in de laatste maanden van de dracht ongeveer 8 kilo per maand. Een groot deel van deze groei is eiwitgroei. Eiwit die via de placenta moet worden aangevoerd. De voedingsbehoefte van de merrie aan eiwit is daarom in de laatste 3 maanden veel hoger dan in het begin van de dracht. Het geven van wat meer ruwvoer in de laatste maanden van de dracht is niet voldoende om deze behoefte te dekken. Het is met name in deze maanden van de dracht belangrijk om een krachtvoer bij te geven met een uitstekende eiwitkwaliteit.

Mineralen en sporenelementen
Een groot aantal mineralen en sporenelementen worden via de placenta doorgegeven aan het ongeboren veulen. Het veulen kan de mineralen en sporenelementen opslaan in de lever. De reservevoorraad in de lever kan later in het leven van het veulen worden aangesproken. Het veulen gebruikt de opgeslagen mineralen en sporenelementen bijvoorbeeld in de eerste weken van de zoogperiode, omdat de merriemelk van een aantal mineralen en sporenelementen onvoldoende bevat. Een goed voorbeeld hiervan is koper. Koper heeft een zogenaamde reparerende werking op de botvorming: het speelt een belangrijke rol bij het herstellen van (natuurlijk) ontstane schade aan het (kraak)been. Onlangs is aangetoond dat met name koper via de merrie doorgegeven wordt aan het ongeboren veulen. Deze koper wordt opgeslagen in de lever van het veulen en aangewend door het veulen na de geboorte. Kopergehaltes in de merrie-melk zijn erg laag. Vandaar dat het belangrijk is dat het veulen in de lever een reserve-voorraad koper opbouwt tijdens de dracht. Conclusie: De merriebrok die de merrie de laatste 3 maanden van de dracht eet dient voldoende koper te bevatten om ervoor te zorgen dat veulen met een reserve-voorraad koper in de lever geboren wordt!!

Voeding van het (pasgeboren) veulen en de zogende merrie

De eerste 24 uur
En dan wordt het veulen geboren. Bij de geboorte weegt het veulen ca 10% van zijn volwassen gewicht, dus zo’n 35 kilo. Direct na de geboorte gebeurt er erg veel (zie tabel 1). De voeding speelt in de eerste 24 uur van het leven een zeer belangrijke rol. Het veulen is namelijk voor de afweer tegen ziektes op dat moment geheel aangewezen op de afweerstoffen uit de eerste merriemelk (de biest). Deze afweerstoffen, ook wel immuunglobulinen genoemd, kunnen alleen in de eerste 24 uur in zijn geheel de darmwand van het veulen passeren en opgenomen worden in de bloedbaan. Na 24 uur verliest het verteringsstelsel deze eigenschap en zullen de afweerstoffen niet meer in het bloed opgenomen worden. Het veulen moet dan ook deze biest binnen 24 uur binnenkrijgen. Mocht dit om wat voor reden dan ook niet lukken (veulen wil niet drinken, merrie heeft uierontsteking, merrie is gestorven) ga zo snel mogelijk op zoek naar het PAVO-SOS pakket voor veulens (met daarin kunstbiest). Bij een gezond veulen begint de opname van biestmelk ongeveer 2-4 uur (met een spanbreedte 0,5 – 7 uren) na de geboorte. Een veulen neemt gedurende de eerste 12 uren, met drinkintervallen van 20 – 60 minuten, totaal een 3-5 liter biestmelk op.

Tabel 1: Wat gebeurt er bij een gezond veulen??

Een gezond veulen                            binnen:
Staat                                                     < 1-2 uur
Drinkt                                                    < 2-4 uur
Galop                                                    < 4 uur
Plassen                                                < 8 uur
Vochtopname                                      < 12 uur
Afdrijven meconium (darmpek)       < 12-24 uur

De eerste 3 maanden
De ontwikkeling van het veulen in de eerste 3 maanden gaat bijzonder snel. In deze periode neemt het gewicht van een IJslander-veulen dagelijks toe met ongeveer 500 - 750 gram!! Voor deze snelle ontwikkeling zijn veel voedingsstoffen noodzakelijk. Voor een zeer belangrijk deel komen deze voedingsstoffen uit de merriemelk. Op 2-3 maanden na geboorte zit de melkproductie op haar piek. Een IJslander-merrie geeft dan per dag maar liefst 12 - 18 liter melk. Deze melk is zeer rijk aan voedingsstoffen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de behoefte aan voedingsstoffen van de merrie enorm hoog ligt. De merrie eet letterlijk voor 2, en dan nog zal ze moeite hebben alle benodigde voedingsstoffen binnen te krijgen. Het ideale rantsoen voor zogende merries is vers weidegras. Laat merries met het veulen dan ook rustig volop in het gras lopen. Let wel op bij de omschakeling van ruwvoer naar weidegras dat u dit geleidelijk doet. Bij voorkeur wordt het veulen “in het gras geboren” dat wil zeggen dat de merrie al volop in de wei staat. Geef de merrie in de lactatieperiode wat extra krachtvoer, bij voorkeur een speciale merriebrok: Pavo Podo® Lac. Deze merriebrok bevat namelijk hoogwaardig eiwit, extra mineralen die in de melk worden ingebouwd (denk aan calcium en fosfor en magnesium) en extra sporenelementen (zink, koper etc). Geeft u de merrie geen krachtvoer dan is met name de voorziening van de mineralen en sporenelementen erg belangrijk. Geef dan in ieder geval een supplement voor de mineralen en sporenelementen voorziening.

Al vanaf de eerste levensweken zien we dat het veulen spelenderwijs probeert hetzelfde te eten als de merrie. Hierdoor krijgt ze vezels binnen afkomstig van gras, hooi of krachtvoer. Meestal zie je het veulen af en toe ook verse mest opnemen van de merrie. Hiermee krijgt het veulen micro-organismen binnen die voor de vezelvertering (in blinde en dikke darm) onontbeerlijk zijn. Wanneer veulens dus wat mest eten, laat ze dan hun gang gaan!! De kolonisatie van de blinde en dikke darm met micro-organismen en de opname van ruwvoer door het veulen zijn erg belangrijk om de fermentatie op gang te brengen van het veulen. Wees er wel bedacht op dat je het veulen op tijd ontwormt (en dat moet voor het eerst gebeuren op dag 10).

In de eerste 2 weken krijgen veulen vaak last van diarree. Wanneer uw veulen levendig is, geen koorts heeft en voldoende veulenmelk opneemt, is er geen reden tot bezorgdheid. Dit probleem lost zich binnen enkele dagen vanzelf op. Mocht de diarree langer aanhouden of bij twijfel over de gezondheidstoestand van uw veulen, dan is het verstandig uw dierenarts te raadplegen.

Vanaf een leeftijd van ongeveer 4 weken kunt u proberen het veulen wat krachtvoer bij te geven. Veulens die al vroeg gewend zijn wat krachtvoer op te nemen zullen bij het spenen minder problemen hebben over te schakelen naar ruwvoer en krachtvoer.

Voeding van het jonge veulen in het eerste jaar
In principe kan een veulen al op een leeftijd van 4 maanden gespeend worden. Maar beter is het om een veulen ongeveer een half jaar bij de merrie te laten lopen. Op het moment van spenen valt de merriemelk weg en hebben de meeste veulens even een groeidip. Met name dan is het belangrijk om veulens wat extra bij te voeren. In het hele eerste jaar groeien de veulens erg hard. Ze worden geboren met een gewicht van 35 kilo en na een jaar wegen ze al 200 kilo. Dit geeft al aan dat de kwaliteit van ruwvoer en krachtvoer géén discussie mag zijn bij veulens. Zorg er dan ook voor dat de veulens met name in hun eerste jaar niets te kort komen. En dat betekent bij voorkeur geen “arm vogeltjes hooi geven”, in ieder geval onbeperkt gras en/of ruwvoer verstrekken en bij voorkeur ook wat krachtvoer bijgeven voor de broodnodige vitaminen, mineralen en sporenelementen.

Rob Krabbenborg, Productmanager Pavo