Nieuwsbrief

Wist je dat paarden in de winter ook sterk kunnen zweten bij intensieve training?

Handige tips, leuke (webshop) acties, nieuwe onderzoeken en toffe video's willen we graag met je delen! Bekijk hier de nieuwsbrief van vorige maand

Meld je hier aan

Adviesfilter
Advies over
Houderij

 

Wetenschappelijk onderzoek naar OCD

Nieuw onderzoek bewijst nut supplement
De botontwikkeling van een paard vindt hoofdzakelijk plaats in het eerste levensjaar. Komen veulens in die periode bepaalde mineralen tekort in hun voeding, dan loop je dat nooit meer in. Dat is de conclusie van een uitgebreid onderzoek, dat in opdracht van voerfabrikant Pavo is uitgevoerd door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). Er werd een supplement getest dat de kans op OCD signifi cant vermindert.

Afwijkende structuur van het kraakbeen in gewrichten heet offi cieel osteochondrose (OC). Het ontstaat als kraakbeen niet goed wordt omgevormd tot bot, iets dat in het eerste levensjaar van een veulen gebeurt. Laten stukjes verbeend kraakbeen los, dan is er sprake van osteochondrose dissecans (OCD). De losse stukjes worden ‘chips’ genoemd. Beide aandoeningen kunnen leiden tot kreupelheid en zorgen voor een enorme waardevermindering als ze worden aangetroffen in een paard. Onderzoek heeft uitgewezen dat drie factoren van invloed zijn op het ontstaan van OC en OCD: erfelijkheid, beweging en voeding.  “Dat laatste is onze expertise, vandaar dat wij ons er intensief mee bezig houden”, verklaart voedingsdeskundige Rob Krabbenborg van Pavo. Aanvankelijk werd daarbij gebruik gemaakt van onderzoeksresultaten van over de hele wereld. “Maar we misten iets. Het is duidelijk dat het eerste levensjaar van doorslaggevend belang is. Wij wilden weten wat veulens in die periode aan bouwstoffen voor botgroei binnen krijgen en wat ze eigenlijk
nodig hebben.” Dat leidde tot opzienbarende ontdekkingen.

Moedermelk
Calcium, magnesium en fosfor zijn belangrijk voor botopbouw. Via de moedermelk krijgen veulens voldoende calcium binnen, maar de andere mineralen blijven achter.Een merkwaardig foutje van moeder natuur? “Nee. De schuld van het huidige fokbeleid”, zegt Krabbenborg stellig. “We willen grote paarden. Dus we fokken veulens die steeds harder groeien, tot wel een kilo per dag. Terwijl de samenstelling van de melk al eeuwenlang hetzelfde is.” Het lijkt de aangewezen oplossing om de gehalten in de moedermelk te verhogen. “Maar die kun je niet beïnvloeden”, legt dr. Guillaume Counotte, onderzoeksleider van de GD uit. “Ook al geef je de merries extra magnesium en fosfor, dat komt niet in de
melk terecht. Het eiwit- en vetgehalte kun je wel in beperkte mate beïnvloeden, maar
wat er aan mineralen in komt is genetisch vastgelegd. Dat is ook waarom sobere
rassen nauwelijks OCD problemen hebben. Bij deze rassen ligt de groeisnelheid
van veulens veel lager.” Fokkers van warmbloedpaarden doen er dus goed aan om ervoor te zorgen dat hun veulens minder hard groeien. Bijvoorbeeld door merries die erg veel melk
geven af te remmen door minder krachtvoer te geven of door over te stappen op een voer dat minder stuwend werkt op de melkproductie. “Dat maakt niets uit voor de uiteindelijke stokmaat, want ook die is genetisch vastgelegd.”

Opzienbarend resultaat
Er werd een onderzoek gestart waarbij 64 veulens werden gevolgd in de eerste vijf maanden van hun leven. De ene helft van deze groep kreeg dagelijks via een pasta extra magnesium en fosfor toegediend, de andere helft kreeg een placebo. Op een leeftijd van vijf maanden werd uitgebreid röntgenonderzoek gedaan. De uitslag was verbijsterend. Bij de veulens
die het supplement hadden gekregen, werd de helft minder afwijkingen gevonden dan in de controlegroep. Volgens deskundigen van de diergeneeskundige faculteit in Utrecht zegt dit echter niet genoeg. Tussen de leeftijd van vijf tot twaalf maanden verandert er van alles in het lichaam van een veulen. Chips verdwijnen soms of verschijnen dan juist. Het heeft te maken met het sluiten van groeischijven in gewrichten. Dat verloopt geleidelijk. Die in de hoeven
en kogels gaan eerst, daarna trekt het verder omhoog. Chips in hoger gelegen gewrichten geven eerder problemen. Die ontstaan juist in die periode tussen vijf en twaalf maanden. Genoeg reden voor Pavo om het onderzoek uit te breiden.

Voor het tweede onderzoek werden 54 veulens gevolgd, ook weer verdeeld in twee groepen. Er werden speciale brokjes ontwikkeld en op een leeftijd van twaalf maanden werd uitgebreid röntgenonderzoek gedaan. Opnieuw was het resultaat significant. Zo vroeg mogelijk Voeding op zeer jonge leeftijd speelt dus een cruciale rol bij de ontwikkeling van OC
en OCD. Dat plaatste Pavo voor een dilemma. Krabbenborg: “Een pasta ontwikkelen om elke dag te geven is erg arbeidsintensief voor fokkers. Maar brokjes willen veulens meestal pas vanaf drie maanden eten, terwijl we hebben aangetoond dat ze die extra mineralen juist zo
vroeg mogelijk moeten krijgen.”
Overleg met fokkers wees uit dat veulens al zo’n twee weken na de geboorte interesse tonen in het voer dat de merrie krijgt. “Als fokkers er een beetje energie in steken, zijn veulens wel zo ver te krijgen dat ze dan wat opeten. We hebben speciale brokjes ontwikkeld die ze lekker
vinden. Dat was nog niet zo eenvoudig, want de meeste mineralen zijn niet erg smakelijk. Maar we hebben het uitgebreid getest in de praktijk. Veulens hebben maar 200 gram per dag nodig van het product Pavo Podo®Care. Je moet voorkomen dat de merrie alles opeet,

bijvoorbeeld
door het te geven in veulenbakjes, waar moeder met haar neus niet in past”, vertelt Krabbenborg. Gaan veulens na een paar maanden over op veulenvoer als Pavo Podo®Start, dan kan met het supplement worden gestopt, want daar zitten ook alle toevoegingen in.
“Wil een fokker geen veulenbrokken geven, dan dient het supplement doorgevoerd te worden tot ze twaalf maanden aanraadt de merrie in de laatste twee tot drie maanden van de dracht extra koper te geven, dat eveneens een rol speelt bij botontwikkeling. “Dan krijgt het ongeboren veulen daarvan een voorraadje mee tot het zelf gaat eten.” Dr. Counotte beseft dat het bekend maken van de onderzoeksresultaten een gevaar inhoudt. “Er zijn altijd mensen die uit een verkeerd idee van zuinigheid zelf gaan prutsen met toevoegingen. De verhoudingen tussen de verschillende mineralen komen echter heel nauw. Het gaat niet alleen om calcium, magnesium en fosfor, maar ook om vitamine D, koper, mangaan en zink. En dan gezien over het hele rantsoen. Wat je los in de winkel koopt is niet altijd even makkelijk opneembaar door het lichaam. Klopt het niet, dan kun je de botopbouw negatief
beïnvloeden, dus in dat opzicht is zelf klooien best gevaarlijk.”

Gebruikswaarde
“Wat ik nou zo graag zou willen, is dat er een groot onderzoek wordt gedaan naar de gevolgen van OCD op lange termijn”, verzucht ervaren paardenfokker Karin Retera. “Natuurlijk weten we dat het de kans op artrose vergroot en het is nu ontegenzeggelijk waar dat de gebruikswaarde van een sportpaard met een chip aanzienlijk minder is. Maar we kennen ook allemaal de voorbeelden van de paarden die een los botstukje op een onschuldige plaats hebben en daarmee de sterren van de hemel lopen.” Retera merkt op dat OCD vooral ook een heet hangijzer is geworden, omdat er meer op wordt gelet.
“Vroeger hadden paarden het heus ook wel en wisten we van niks. Nu gaan ze er bij een keuring onherroepelijk uit.” Als fokker doet Retera er alles aan om haar paardenbestand gezond te houden en OCD uit te bannen. Dat betekent dat ze streng selecteert. Merries met OCD of die nakomelingen met OCD geven gaan eruit. Hengsten of ruinen met een chip
worden geopereerd. “Ik had hier een ruin met een chipje zo klein als een speldenknop.
Het was amper te zien. De dierenartsen waren er van overtuigd dat hij dertig kon worden zonder daar ooit last van te krijgen. Toch heb ik dat stukje eruit laten halen. De consument eist namelijk een paard zonder losse botfragmenten.

Beweging
Retera zet haar veulens meteen na de geboorte met hun moeders in de wei. “Ze komen iedere dag buiten, weer of geen weer. Beweging is namelijk ook erg belangrijk voor ze.” ’s Nachts gaan merries met veulens op stal en worden ze bijgevoerd, waarbij de jonge aanwas vaak al een brokje meepikt. Als ze tweeënhalve maand zijn, haalt Retera de veulens af en toe bij de moeders vandaan en voert ze ze bij met Podo producten van Pavo. “Als het beter
kan, zal ik dat zeker doen. Nu uit onderzoek blijkt dat er een supplement bestaat dat een positieve invloed heeft op het voorkomen van OCD, zal ik dat beslist gaan gebruiken.”
Op een leeftijd van vijf maanden worden de veulens gespeend en gaan ze naar een
opfokbedrijf. Als ze op tweeënhalfjarige leeftijd terug komen, laat Retera ze meteen
röntgenologisch onderzoeken. Enerzijds om de gezondheid te controleren, maar ook om iets te weten te komen over de erfelijke gezondheidstoestand van haar merriestammen.
De waarde van een paard met OCD hangt volgens Retera af van de plek waar de chip zit en van de klant. “Amerikanen? Dan mag er geen krasje op zitten, al zeggen twintig man dat er niets aan de hand is. Van een OCD’tje in de knie of in het spronggewricht word ik nooit blij. Dat is echt een risico. In de kogel valt het soms wel mee. En dan hangt het er ook nog vanaf of het voor zit of van achteren.” Ze wijst erop dat de leeftijd van een paard ook meespeelt. “Een jong paard kan ik niet kwijt als er een chip in zit. Je weet nooit of en hoe dat gaat opspelen als je ‘m gaat belasten. Een zesjarige die al Z loopt? Dat is wat anders, die heeft dan al bewezen dat het voor het werk niets uitmaakt. Hoewel, als in de jaren daarna
wordt geconstateerd dat het chipje toch tot artrose heeft geleid, dan is die schade
niet meer terug te draaien. Dus eigenlijk moet je dat ook niet willen.”

Drie factoren
Al in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd duidelijk dat osteochondrose een probleem kon zijn voor een duurzame sportcarrière. Er is toen middels praktijkonderzoek gekeken wat de oorzaken daarvan waren en nog steeds doen specialisten en wetenschappers over de gehele wereld onderzoek naar de effecten van deze aandoening en de mogelijkheden om deze terug te dringen. Als snel bleek dat osteochondrose een complexe afwijking is waarbij drie factoren een hoofdrol spelen namelijk erfelijkheid, voeding en beweging. De juiste mineralen in de voeding en veel beweging tijdens het eerste levensjaar helpen schade door osteochondrose te beperken. Pavo heeft in samenwerking met de Gezondheidsdienst voor Dieren recent de werking van een voedingssupplement voor veulens aangetoond. Het KWPN houdt zich bezig met de genetische aanleg, dat wat wordt meegegeven aan de volgende generaties.
Het KWPN wil graag dat er gezonde paarden worden gefokt, die over een langere
periode hun sport kunnen beoefenen. Niet alleen vanuit sportief of economisch oogpunt,
maar zeker ook vanuit het aspect van dierenwelzijn is het terugdringen van osteochondrose
van belang.

Bron: In de Strengen, Nr 2: 27 januari 2012