Nieuwsbrief

Wist je dat paarden in de winter ook sterk kunnen zweten bij intensieve training?

Handige tips, leuke (webshop) acties, nieuwe onderzoeken en toffe video's willen we graag met je delen! Bekijk hier de nieuwsbrief van vorige maand

Meld je hier aan

Adviesfilter
Advies over
Houderij

 

Steeds meer suikerziekte bij paarden

 

Te dikke mensen lopen risico suikerziekte (diabetes type 2) te ontwikkelen. Geldt dat ook voor te dikke paarden? Een vraag die tot nieuwe vragen leidt, want wat is dan de relatie met hoefbevangenheid? De Gezondheidsdienst voor Dieren dook er, in samenwerking met Pavo, in en kwam met verrassende antwoorden.

Suiker en insuline

Via zijn eten krijgt een paard verschillende voedingsstoffen binnen, waaronder suiker en zetmeel. Dat zit niet alleen in krachtvoer, maar ook in gras, kuil en hooi. In het maag-darmkanaal wordt dit verteerd tot glucose, dat wordt opgenomen in het bloed. Het lichaam moet vervolgens een signaaltje krijgen dat dit glucose moet worden opgeslagen in bijvoorbeeld de spiercellen, die het als brandstof gebruiken. 
Dat sein wordt gegeven door het hormoon insuline, dat in de alvleesklier wordt aangemaakt. Het zit mooi in elkaar: hoe meer glucose in het bloed, hoe meer insuline wordt geproduceerd. Tot zover niets aan de hand.

Teveel suiker en teveel insuline

​Dit proces kan echter vreselijk uit de hand lopen als de hoeveelheid glucose die er binnen komt steeds maar blijft stijgen. De stofwisseling raakt overbelast.
Wordt, als reactie, voor een langere periode insuline aangemaakt, dan loopt de gevoeligheid daarvoor terug. De alvleesklier gaat vervolgens steeds meer insuline produceren om effect te krijgen. Uiteindelijk kan zelfs een zeer hoge insulineproductie het glucosegehalte niet voldoende omlaag krijgen, de glucose blijft dus voor een te groot deel in het bloed. Daar kan een paard niet tegen.

Het veroorzaakt tal van problemen, bijvoorbeeld een grotere kans op ontstekingen. Eén van de ergste aandoeningen die kan ontstaan is hoefbevangenheid.

Rasgebonden

Paarden die meer energie binnen krijgen dan ze opmaken, worden dik. Maar niet alle (te) dikke paarden blijken insulineresistent te zijn. Dr. Kees Kalis van de GD: ,,Het verraste ons. De metingen gaven een ander beeld. We vonden wel insulineresistentie bij alle leeftijden en rassen, maar niet alle te dikke paarden bleken er last van te hebben. 

Welsh wel, Fjord niet

Er is wel een duidelijke relatie met bepaalde rassen. Met name pony’s als Welsh, Welsh Cobs, IJslanders en Shetlanders blijken er erg gevoelig voor. Ook ontdekten we dat erfelijkheid een rol speelt.” De verwachting was dat er veel insulineresistentie bij te dikke Fjorden en Friezen zou worden aangetroffen. Dat was echter niet het geval en bij dikke KWPNers werd het vrijwel niet gemeten. Kalis: ,,Als je paard of pony te dik is, betekent dat dus niet automatisch dat hij gevaar loopt op suikerziekte. Daarom hebben we een test ontwikkeld, waarmee dierenartsen aan de hand van bloedmonsters op insulineresistentie kunnen controleren.”
 
Wel heel duidelijk is dat er een relatie bestaat tussen het eten van teveel voedingssuikers en het ontstaan van hoefbevangenheid. Maar niet alle paarden en pony’s die daarvan veel binnen krijgen worden insulineresistent. Zijn ze dat wel, dan is het risico dat ze hoefbevangen worden echter veel groter en daarom is het erg belangrijk om dit te laten controleren. En om er iets aan te doen. Als de toevoer van suiker vermindert, komt de gevoeligheid voor insuline terug.

Sober

Dat vooral sobere ponyrassen vaker problemen hebben met insulineresistentie is wel te verklaren. Deze dieren vermageren in de winter in de vrije natuur, als er weinig eten voor handen is. Maar in onze Westerse wereld vinden we dat ‘zielig’. Ze worden hier bijgevoerd, soms zelfs vetgemest, omdat dit typisch rassen zijn die ‘groeien van lucht’. In Nederland wordt aan paarden vaak te suikerrijk Engels raaigras gevoerd, waar dit type pony slecht tegen kan.

Kort gras is niet beter

Wil je insulineresistentie voorkomen of bestrijden, zorg dan dat je paard niet teveel suiker binnen krijgt. Het is niet genoeg om daarbij alleen naar het krachtvoer te kijken. Gras is namelijk een grote bron van suiker. Weidegang is natuurlijk fantastisch voor een paard, maar er worden veel fouten mee gemaakt. Zo wordt vaak gedacht dat kale landjes landjes beter zijn. ,,Niet waar”, zegt Vincent Hinnen, nutritionist van Pavo.

,,Kort gras is gestresst gras, dat hard probeert te groeien. Daarbij wordt extra fructaan aangemaakt, een suikersoort waar paarden en pony’s gevoelig voor zijn. Het is extra riskant in het voor- en najaar, als de nachten koud zijn. Daardoor stopt namelijk de stofwisseling in de plant, om in de loop van de dag, als de temperatuur oploopt, in verhoogd tempo weer op gang te komen, met extra suikerproductie tot gevolg.”

Dit zelfde effect ontstaat als een weide eerst wordt gemaaid voor er paarden op komen. De groei wordt daardoor juist aangejaagd, waardoor dat gras extra suikers bevat. Paarden zijn dol op dit jonge gras en eten er ook nog eens gulzig van, waardoor ze er extra veel van binnen krijgen.

Veel paardenhouders zijn terughoudend met bemesting omdat dat ‘slecht’ zou zijn. Maar bepaalde tekorten aan voedingsstoffen in de bodem zorgen eveneens voor ‘gestresst gras’. Een ‘doorgeschoten’ wei, met lang, hard gras is beter voor paarden. Je doet er dan wel verstandig aan om steeds een draadje te verzetten, anders is het aanbod nog steeds te groot. Kalis raadt aan om een paard dat insulineresistent is niet de hele dag in de wei te laten, vooral niet na het middaguur.

Beweging is het toverwoord

 

Ook in ruwvoer als hooi en voordroogkuil zit suiker.

Hoeveel? Dat kun je aan de buitenkant niet zien. Hinnen: ,,Mensen denken vaak dat natte kuil rijker is of grof hooi beter voor een paard. Dat weet je niet als je geen monster hebt laten onderzoeken.” Het is echter niet verstandig om een paard uit voorzorg minder ruwvoer te geven. ,,Zijn stofwisseling heeft het nodig. In de natuur eet een paard de hele dag. Het is goed om veel ruwvoer te geven, maar weet wat je geeft en wissel het eventueel af met oud geweekt hooi of wat stro, zodat je paard niet te dik wordt.”

Wat krachtvoer betreft adviseert Hinnen om paarden die aanleg hebben voor insulineresistentie een zetmeelarm product te geven, bijvoorbeeld Pavo’s Natures Best, aangevuld met Pavo Daily Plus. Dit laatste is een ruwvoermengsel, aangevuld met noodzakelijke mineralen. Door er één of twee handjes van door het krachtvoer te mengen, moet een paard langer kauwen, waardoor meer speeksel wordt geproduceerd en het eten gelijkmatiger in zijn spijsvertering terecht komt.

Als een paard of pony echt insulineresistent is, is het niet genoeg om alleen de hoeveelheid suiker in de voeding te beperken. Hij moet ook meer bewegen, zodat de suikers in zijn lichaam worden verbrand. Een rustig buitenritje is daarvoor niet genoeg. Je moet daarbij denken aan minstens een uur hard werken.
Dat moet je uiteraard wel rustig opbouwen. Als een paard dat niet is gewend, kun je daar niet van de ene op de andere dag mee beginnen, want dan staat hij daarna stijf van de spierpijn. En denk ook aan een goede warming up en cooling down, om spierproblemen te voorkomen.
 


IJslanders zijn ook gevoelig voor insulineresistentie
De Welsh Cob is zeer gevoelig voor insulineresistentie

Gevarenzone

Wanneer is een paard of pony zo dik dat hij in de gevarenzone komt? Een dikke buik hoeft niet meteen een risico in te houden. Het gaat om bepaalde plekken met vetaanzet, zoals een harde, gezwollen manenkam, verdikking op de schouderbladen en bij de staartaanzet. Heeft je paard dat, dan doe je er verstandig aan om hem te laten testen.

Maar het blijft lastige materie. Dierenarts Eric Laarakker meet al vele jaren insulineresistentie bij paarden en pony’s. Hij ziet in zijn praktijk regelmatig dieren die dit probleem hebben, maar helemaal niet te dik zijn. Hij constateert ook dat insulineresistentie veel meer problemen met zich meebrengt dan alleen het risico op hoefbevangenheid. ,,Ik kom ook spierstijfheid, chronische luchtwegproblemen die verergeren bij weidegang en gewrichtsontstekingen tegen, vooral bij oudere paarden, waarvan de stofwisseling vaak wat moeizamer verloopt en de goede werking van darmbacteriën afneemt. 

En misschien is er ook wel een relatie met staart- en manenexceem.” Onnadenkendheid kan problemen onnodig verergeren. Paarden met problemen krijgen vaak voedingssupplementen toegediend. In veel preparaten zit suiker. Laarakker: ,,Als je niet weet dat de stijfheid van je paard door insulineresistentie komt en je geeft hem glucosamine, dan krijgt hij dus wel twee grote scheppen suiker per dag extra die helemaal niet goed voor hem zijn…”