Nieuwsbrief

Wist je dat paarden in de winter ook sterk kunnen zweten bij intensieve training?

Handige tips, leuke (webshop) acties, nieuwe onderzoeken en toffe video's willen we graag met je delen! Bekijk hier de nieuwsbrief van vorige maand

Meld je hier aan

Adviesfilter
Advies over
Houderij

 

Training van jonge paarden

De eerste training; Het paard geeft het aan

Jonge paarden trainen is een vak apart. Hoe houd je ze vrolijk en gezond, zodat ze het werk goed aankunnen? Sjak Laarakkers en Christa Larmoyeur zijn daar experts in. Ze lichten een tipje van de sluier op.

,,Met jonge paarden werken is hartstikke leuk. Het is altijd spannend hoe ze het gaan doen. We fokken ze zelf”, lacht Christa. De veulens gaan elders in opfok, waarna ze op driejarige leeftijd ‘naar huis’ in Winschoten worden gehaald. ,,De hengsten komen meestal al eerder, als ze tweeënhalf zijn. Die longeren we een tijdje, eerst zonder bijzet, maar later ook met. Als we denken dat ze geschikt zijn voor de hengstenkeuring maken we ze daarvoor zadelmak, want we willen weten hoe ze het doen onder het zadel. Dat geeft namelijk soms een totaal ander beeld.”
De andere paarden worden allemaal op drieënhalf jarige leeftijd beleerd. Nadat ze eerst zijn gelongeerd, zit er binnen een maand iemand op hun rug. Dat lijkt snel, maar Christa verzekert dat daar geen cowboyachtige taferelen bij komen kijken. ,,We doen dat heel rustig in een longeerbak van 11 bij 11 meter. Natuurlijk houden we in de gaten hoe een paard op het werk reageert. Daarbij gaat het zeker niet alleen om de lichamelijke ontwikkeling, maar vooral ook hoe ze het geestelijk opnemen. Je merkt echt snel genoeg of ze het aan kunnen. De meesten accepteren het makkelijk als we ze licht bijzetten. Een enkeling blijft klooien. Die heeft dan iets meer tijd nodig voor je erop kunt en die geven we ook. Forceren werkt averechts.” Ze waarschuwt dat dit eerste begin een belangrijke stap is in het werkzame leven van een paard. Als je hier geen ervaring in hebt is het verstandiger om hem weg te brengen naar een deskundig africhter. ,,Als de eerste kennismaking door onkunde een slechte is, kan een paard daar lang last van hebben.”

Geestelijk moe

De eerste week gaat er dagelijks even iemand op het jonge paard, zodat het erop zitten goed wordt bevestigd. ,,Dat is maar heel kort, nog geen tien minuten. In alle rust leren we het paard in die kleine bak linksom en rechtsom gaan, eerst in stap, daarna ook in draf. De afgesloten ruimte geeft het paard steun. Bovendien heb je geen longe nodig en hoef je weinig te sturen, dus je kunt van het bit afblijven. Dat is prettig, want begrenzing via het bit vindt een jong paard snel eng.”
Na de eerste week wordt hooguit drie keer per week tien minuten à een kwartier met een jong paard gewerkt. Eigenlijk mag dat de naam niet hebben. Het zijn geen inspanningen waar ze lichamelijk moe van worden. ,,Maar geestelijk wel”, waarschuwt Christa. ,,Ze krijgen veel indrukken te verwerken. Als je merkt dat een paard de volgende dag lusteloos is, moet je daar wel rekening mee houden. Heb je teveel gedaan, dan is het een kwestie van een stapje terug doen. Je moet daar niet geforceerd doorheen werken. Soms heeft een paard behoefte aan iets meer energie, dus dan helpt het om iets te veranderen in het voerschema. Het is per geval verschillend. Als je hierover twijfelt is het verstandig om de hulp van een ervaren iemand in te roepen. Het is belangrijk dat jonge paarden tussendoor goed kunnen bijkomen, ook geestelijk. Bij ons komen ze veel in de wei met andere paarden of los in de hal, dat houdt ze meestal fris genoeg.” Blijven ze terughoudend, dan wordt het voerrantsoen tegen het licht gehouden door Sjak Laarakkers.

Transportstress

Na de kleine bak is het tijd voor de grote rijbaan. Het jonge paard krijgt eerst aan de hand en daarna aan de longe tijd om de nieuwe omgeving in zich op te nemen. Als hij dat zonder spanning accepteert, wordt pas opgestegen. Christa wil daar eerst nog geen andere paarden bij hebben. ,,Dat leidt af. Misschien geeft het wel steun, maar de kans bestaat dat ze gaan kleven en dat je daardoor dus teveel aan een teugel moet trekken.” Ook hier begint de training met hooguit een kwartier stap, draf en galop, zowel linksom als rechtsom. ,,Rechtuit en af en toe een grote volte. Meer eerst niet.” Hoe weet je dat je iets meer kunt gaan vragen? Christa: ,,Dat geeft je paard zelf aan. Daar is geen standaard tijd of leeftijd voor te geven. Je voelt wanneer het makkelijk gaat, het gaat bijna vanzelf. Een kwartier wordt twintig minuten, drie dagen wordt vier. Dat bouwen we uit, waarbij we er steeds op letten of het paard vrolijk en enthousiast blijft. Zo niet, dan is het teveel en moet je een stapje terug. Als je het rustig opbouwt kun je, als het paard de hulpen voor voorwaarts, terug, linksaf en rechtsaf goed kent, op laag niveau best eens een oefenwedstrijdje rijden. Maar hou rekening met het transport. Sommige paarden lijden onder reisstress, daar zie je de kilo’s afvliegen in de week na een concours. Ook dan is het beter om het werk iets terug te nemen en indien noodzakelijk iets meer of iets energierijker te voeren.”

Veel ruwvoer

Meer training betekent niet automatisch meer voer. ,,We passen de hoeveelheid aan op het paard, dat wordt individueel bepaald. Sjak kijkt het totale dier aan. Zijn ze te dik van het gras na de opfok, dan krijgen ze iets minder. Zijn ze te heet, dan gaan we over op een voer dat minder energie bevat, zoals Nature’s Best van Pavo, een muesli zonder haver. Pavo DailyPlus vinden we ook een fijn product omdat de paarden daar extra lang op moeten kauwen.” Paarden die iets meer kunnen gebruiken krijgen sportbrok van Pavo.
Bij Stal Laarakkers wordt drie keer per dag gevoerd. De jonge paarden krijgen maximaal drie tot vier kilo brok per dag. Soms krijgen ze daar nog wat haver bij. Ze krijgen ook twee keer ruwvoer, maar wel zoveel dat ze eigenlijk altijd iets te kauwen hebben. 

Zenuwpoeder

Sjak Laarakkers en Christa Larmoyeur gebruiken zelden supplementen. Electrolyten als het erg warm is, is eigenlijk het enige dat aan de topsportpaarden wordt gegeven, om de lichaamszouten die bij het zweten verloren gaan aan te vullen. Heeft het nut om jonge paarden die beleerd moeten worden iets te geven tegen de zenuwen? ,,Je kunt een paard niet van karakter veranderen door een supplement”, zegt Vincent Hinnen stellig. De nutritionist van Pavo legt uit dat een middel als Pavo NervControl een paard niet sloom maakt. ,,Het haalt alleen de scherpe kantjes eraf, waardoor hij soms net iets beter te controleren is. Er zijn voedingsmiddelen die een bijdrage leveren aan het goed functioneren van zenuwen en hersenen. Die kunnen ervoor zorgen dat een paard niet zo hypersensibel is, zonder dat ze er sloom of suf van worden, zoals het geval zou zijn als ze gedrogeerd worden.”
Het geheim van Pavo NervControl is het essentiële aminozuur L-tryptophaan. Dat is een bouwsteen voor serotonine. Deze stof regelt de overdracht van signalen van het zenuwstelsel. Het wordt voortdurend gebruikt door het lichaam, dus er moet continue voldoende worden aangemaakt. Een tekort aan serotonine leidt tot hypergevoelig gedrag.L-tryptophaan is ook nodig voor de aanmaak van de vitaminesoort niacine, die een rol speelt bij de energiestofwisseling in het zenuwstelsel. Het werkt dus positief op twee fronten.
Een ander onderdeel van Nerv Control is het mineraal magnesium, dat een rol speelt bij meer dan driehonderd verschillende enzymreacties in het lichaam. Het is belangrijk voor het functioneren van het zenuwstelsel en noodzakelijk voor het ontspannen van spieren. Vandaar ook dat het vaak in supplementen voorkomt voor kinderen met ADHD. Hinnen: ,,Een onderzoek van Pavo, uitgevoerd met de Gezondheidsdienst voor Paarden heeft uitgewezen dat het aanbod van magnesium in de voeding van paarden niet altijd toereikend is. Eén van de symptomen van een tekort is nervositeit.”