Marcus Ehning geeft zich bloot; Rust, ruimte en regelmaat

Marcus Ehning verwierf roem met de legendarische hengst For Pleasure (v Furioso II). Eerder reed hij aan de top met merrie Anka (v Argentinus). Tegenwoordig gooit de winnaar van het WK teamgoud natuurlijk hoge ogen met de KWPN-gefokte Plot Blue (v Mr Blue), maar het aantal (voormalige) Grand Prix paarden op stal bij Ehning lijkt oneindig. Noltes Köchengirl (v Lord),  Sandro Boy (v Sandro), Sabrina (v Sandro Boy) en Gitania (Capitol I) zijn slechts enkele namen die aan Marcus Ehning gekoppeld kunnen worden.  De visie van Ehning, hengsten- noch merrieruiter, maar paardenman en al jaren partner van Pavo, is gebaseerd op rust, ruimte en regelmaat.

Wie het erf van springruiters en broers Marcus en Johannes Ehning in het Duitse Borken oprijdt wordt even op het verkeerde been gezet. Het eerste gebouw dat namelijk in het zicht komt is de varkens- en rundveeslachterij van vader Richard Ehning. Pas achter het slachthuis bevinden zich de wedstrijdstallen en de binnenrijbaan van de broers. Het is begin november en alle buitenluiken zijn geopend evenals de schuifdeuren van de stallen. Marcus Ehnings toppaarden kunnen dus de gehele dag gadeslaan hoe de varkens en de koeien vanuit de wachtstallen richting abattoir geleid worden. Het geef een wat surrealistisch beeld. Desondanks heerst er op het geknor van een paar varkens en het geloei van een koe een weldadige rust op het stallenterrein.

Geen radio die door de stallen schelt of grooms die elkaar toeschreeuwen. Wanneer een van Marcus Ehnings paarden voor hem gezadeld wordt staat het dier los in het gangpad. De andere paarden dommelen in hun stal, staan op de wei of lopen in de stapmolen of op de trainingsband. “Paarden hebben beweging nodig”, vertelt Kay Neatham, Ehings wedstrijdgroom en tevens zijn rechterhand op stal. “Daarom halen we ze zo vaak mogelijk per dag uit stal. Om te rijden, te longeren of te stappen. Maar ook om ze in de wei te zetten. Het allerbelangrijkste voor een wedstrijdpaard is dat het rust in z’n hoofd heeft.”

“Ik probeer alles zo eenvoudig mogelijk te houden”, zegt Ehning, “Zowel in het rijden als op stal. Ik wil geen gevecht met een paard aangaan. Daar bereik ik niks mee.” Verwacht van Marcus Ehning geen uiteenzetting over training en beleid. De Duitser is een natuurtalent met fingerspitzengefühl en het verwoorden van zijn kennis valt hem dan ook niet makkelijk. “Mijn paarden moeten tevreden zijn”, vertelt de springruiter, “Om te kunnen presteren. En daar moet je als ruiter aan werken.”

Kay Neatham werkt al jaren bij Ehning op stal heeft zich Ehnings zienswijze helemaal eigen gemaakt. “We hebben twee stelregels”, legt ze uit, “ De eerste is dat paarden gebaat zijn bij regelmaat. Dat betekent dat de paarden dagelijks in de molen komen, gelongeerd worden, losstaan, of gereden worden. Mentaal en lichamelijk stelt een paard zich daarop in. Onze tweede stelregel is dat ieder paard een individu is, en dat het ook als zodanig behandeld moet worden.” Kay heeft ondertussen een oog voor de speciale behoeftes van een paard. “Dat is heel moeilijk uit te leggen. Het is iets wat je in de jaren ontwikkelt,” aldus Kay. “Kijk, we voeren natuurlijk alle paarden Pavo”, lacht ze, “Maar wat je precies moet voeren ligt ook helemaal aan het paard zelf. Een heethoofdig paard voer ik natuurlijk geen energierijke sportbrok, ook al loopt hij in de topsport. Dat is vragen om problemen, zo’n paard krijgt dan meer muesli of ruwvoer. En ondertussen weet ik ook welke paarden na een wedstrijd neigen te verzuren. Daar kan ik dan m’n voer gelijk na het concours op aanpassen.”

Marcus Ehning lijkt geen voorkeur te hebben voor merries, ruinen of hengsten; het paard moet gewoonweg talent hebben om te springen. Toch brengt het rijden van hengsten als nadeel met zich mee dat er belangstelling komt vanuit de fokkerswereld. Ehning is heel stellig: “De sport heeft voorrang op de dekdienst. Tijdens het wedstrijdseizoen wil ik niet dat de hengsten dekken. Dat leidt ze teveel af.” Om de fokkers en hengsteneigenaren tegemoet te komen dekken de hengsten in hun ‘vakantie’. “Al onze paarden krijgen zo’n zes weken tot drie maanden per jaar vrij”, verklaart Ehning, “In die tijd laten we de hengsten springen. We hebben hier een bok en een laboratorium, dus ze hoeven het erf niet af, dat zorgt voor teveel onrust. Maar in die ‘vrije’ tijd zou een fokker dus vers sperma kunnen krijgen, en de rest wordt ingevroren.” Met de vakantieperiode van de hengsten houdt Ehning geen rekening met het dekseizoen. “Het ligt aan mijn wedstrijdkalender en wanneer ik een bepaalde hengst wil uitbrengen. Heeft Sandro Boy vrij, dan dekt die,niet Plot Blue en andersom.”

Kay Neatham verhaalt over het klaarmaken van de toppaarden voor een concours: “Alles wordt van te voren gepland, en de paarden die het weekend meegaan op wedstrijd krijgen in de voorgaande week wat meer aandacht.” Vooral aan de galoptraining wordt bij Ehning veel aandacht geschonken. “Het geeft de paarden kracht”, vertelt Kay, “Maar het wekt geen stress op. Eigenlijk geldt weer dat dat het paard gebaat is bij routinematig werken.” “Er moet altijd één paard klaar zijn om op zondag de grote prijs te kunnen lopen”, legt Kay verder uit, “Marcus weet welk paard graag op een bepaald concours loopt. Welke bodem hij prettig vindt, hoe het parcours gebouwd is. Dat neem je ook mee in je wedstrijdplanning.” Het gaat Ehning niet alleen om het winnen. “Dat kan niet. Je kunt niet iedere keer wereldkampioen worden”, vindt hij, “Daar is het spel te moeilijk voor. Je stelt je wel iedere keer  een bepaald doel voor ogen. Kom een paard net terug uit een blessure, dan rijdt je anders rond; Wanneer een paard vakantie heeft gehad is het vaak fris. Dan rijd je het parcours om weer routine te krijgen, niet om te winnen.”

Aan de zijkant van de stallen van de broers Ehning zijn enkele weilanden. “Daar achterin staan onder andere Anka en Carmen”,wijst Ehning naar een koppel buikige en dikbehaarde paarden. “Maar ze hebben niet zo’n zin om te komen.” Familie Ehning fokt op kleine schaal met hun gepensioneerde topmerries, Anka is bijvoorbeeld dit seizoen dragend van de begin dit jaar overleden For Pleasure. De getalenteerde nakomelingen komen voor hun opleiding onder het zadel bij Johannes, daarna neemt Marcus ze over voor het grote werk. Zo rijdt Marcus op het moment met Funky Fred een fokproduct van For Pleasure uit de merrie Panama (v Pilot) waarmee Johannes in 1999 Europees kampioen bij de Junioren werd.
Maar niet alleen de oude fokmerries krijgen bij Ehing weidegang. “Alle paarden komen bij ons in de wei”, vertelt Kay stellig, “Een paard hoort vrij te kunnen bewegen.” Kom bij Kay niet aan met verhalen over te dure paarden en blessuregevoeligheid. “Weet je wanneer het fout gaat?” zegt ze, “Als mensen zo’n paard zomaar in een paddock knallen. Dat dier is niks gewend, gaat helemaal los, trapt zichzelf en die mensen kunnen inderdaad zeggen: ‘Zie je wel, het gaat niet’.” Bij Ehning gaan uiteindelijk alle paarden een paar uur per dag, apart dat wel, het land op. Ook de dekhengsten en Grand Prix paarden. Weer of geen weer. “We longeren de paarden wel eerst zodat ze warm zijn, dat voorkomt blessures. En zodra de frissigheid eraf is gaat ze de wei in. Wanneer je dat een paar dagen doet is het paard eraan gewend en gaat het ook niet meer uit z’n dak met alle gevolgen van dien. Kay rommelt wat op haar Blackberry. “Kijk”, zegt ze en ze toont een serie foto’s van Plot Blue enkeldiep in de sneeuw, met een witte snuit van sneeuwvlokken en een, voor zover een paard dat kan hebben, gelukzalige blik in de ogen. “Hij is toch gewend los te staan dus gebeurt er met sneeuw ook niks. We krabben na het losstaan de hoeven uit”, concludeert ze nuchter.