Nieuwsbrief

Wist je dat paarden in de winter ook sterk kunnen zweten bij intensieve training?

Handige tips, leuke (webshop) acties, nieuwe onderzoeken en toffe video's willen we graag met je delen! Bekijk hier de nieuwsbrief van vorige maand

Meld je hier aan

Adviesfilter
Advies over
Houderij

 

Stalondeugden

 

Iedereen kent ze wel, de luchtzuigers, wevers en kribbebijters. Stalondeugden noemen we dit. De vraag is of deze paarden wel echt zo ´ondeugend` zijn. Zuigbanden, stroomstoten, weefrekken en afzondering van soortgenoten zijn bekende methoden waarmee dit gedrag bestreden wordt.

Stalondeugden zijn eigenlijk vormen van stereotyp gedrag. In plaats van de symptomen van stereotyp gedrag te bestrijden, zou het beter zijn als men zich wat meer in de oorzaken zou verdiepen.

Stereotyp gedrag is nog nooit bij in het wild levende dieren geconstateerd!

Dit gedrag duidt er op dat het dier in zijn welzijn wordt belemmerd. Uit onderzoek blijkt dat dit gedrag voor een groot deel voorkomen kan worden. Bovendien heeft het geen zin om het gedrag af te straffen! 

Oorzaken

Stereotypieën komen voor bij dieren die niet in hun natuurlijke leefomgeving worden gehouden. Paarden besteden in de vrije natuur het grootste deel van de dag aan grazen, 14 tot 16 uur per dag, waarbij eten en lopen constant worden afgewisseld. De rest van de tijd bestaat uit sociaal contact en rusten.

Paarden die op stal worden gehouden kunnen niet in hun natuurlijke behoeften voorzien. Dit leidt tot stress en daardoor soms ook tot problemen met het verteringsstelsel. Het paard ontwikkelt bepaald gedrag om te compenseren voor wat hij tekort komt. Door dit gedrag te vertonen wordt er in het lichaam een stof aangemaakt die stress vermindert. 

Stress kan naast de genoemde oorzaken (te weinig sociaal contact, te weinig ruwvoer en te weinig beweging) ontstaan door bijvoorbeeld veel onrust op stal of een verkeerde wijze van training.

Ontstaan van stereotypieën bij veulens

Onderzoek toont aan dat stereotypieën vooral in de eerste 9 maanden van het leven ontwikkeld worden. De wijze van opfokken is daarbij een belangrijke factor.

De volgende situaties kunnen een oorzaak zijn voor het ontstaan van stereotyp gedrag:

  • Abrupt spenen - de leeftijd waarop gespeend wordt is hierbij minder belangrijk dan de duur van de speenperiode.
  • Op stal staan tijdens de speenperiode.
  • Op stal houden van het veulen nadat het gespeend is.
  • Granen voeren aan veulens, hierdoor ontstaan vaak maagproblemen.
  • Te weinig ruwvoer, hierdoor ontstaan niet alleen maag- en darmproblemen, maar het veulen kan ook niet in zijn eet- en kauwbehoefte voorzien.
  • De overgang van onbeperkt moedermelk naar een rantsoen met weinig ruwvoer en veel brok.

Voorkomen van stereotyp gedrag

Goed stalmanagement tijdens de opfokperiode is heel belangrijk bij het voorkomen van stereotyp gedrag. Wat kun je doen:

  • Laat het veulen tijdig wennen aan kleine hoeveelheden krachtvoer en ruwvoer tijdens de lactatieperiode. Begin vanaf 3 weken oud met het bijvoeren van Pavo Podo Start.
  • Neem de tijd voor spenen en doe het geleidelijk. 
  • Het is ideaal om veulens zo veel mogelijk in de wei te gehouden en zo veel mogelijk in kuddeverband.
  • Houd groepen zoveel mogelijk stabiel, wisselingen of introductie van nieuwe dieren geeft stress. 
  • Voer onbeperkt ruwvoer wat zonodig in de winterperiode wordt aangevuld met brokken.
  • Voer een veulen geen granen. Granen veroorzaken niet alleen maagproblemen, maar bevatten ook een verkeerde verhouding calcium/fosfor en te weinig vitaminen en mineralen.

Vergroot het welzijn van je paard

Paarden kunnen ook op latere leeftijd stereotyp gedrag gaan vertonen. Probeer je paard zoveel mogelijk tegemoet te komen in zijn natuurlijke behoeften.

Weidegang is de meest natuurlijke manier van paarden houden. En dan hetm liefst in een groep want een paard is een kuddedier en hecht erg aan soortgenoten.

Er zijn ook een aantal maatregelen die je kunt nemen om de uren op stal zo aangenaam mogelijke te maken.

  • Een constant aanbod van ruwvoer (bijv. hooi, voordroogkuilgras, stro)
  • Stro als stalbedekking in plaats van zaagsel
  • Contactmogelijkheden met andere paarden
  • Als dagelijkse weidegang niet mogelijk is: zo veel mogelijk beweging geven. Het is beter om het dier zo vaak mogelijk per dag even uit de stal te halen en beweging te geven dan 1 maal per dag 1 of 2 uur.

Niet besmettelijk

 

Vaak wordt gedacht dat paarden op dezelfde stal stereotyp gedrag van elkaar overnemen.
Hier zijn verschillende onderzoeken naar gedaan, maar het is nooit bewezen dat dit daadwerkelijk gebeurt. Dat het voorkomt dat er op één stal verschillende paarden stereotyp gedrag gaan vertonen, komt waarschijnlijk doordat de (stress)factor die het gedrag veroorzaakt waarschijnlijk voor meerdere paarden op die stal aanwezig is.

Oplossing 

Als een stereotypie eenmaal ontwikkeld is zal het drag blijven bestaan, ook als de veroorzakende factoren weggehaald zijn. Het is een gewoonte geworden en het dier is vaak gewend geraakt aan de rustgevende stoffen (endorfinen) die vrijkomen tijdens het gedrag.

Vroeger werd vooral gefocussed op het stoppen van het gedrag, bijvoorbeeld met luchtbanden (al dan niet met pinnen), weefrekken, stroomstoten, het wegnemen van nekspieren en meer van dit soort paard onvriendelijke methoden. Maar het onmogelijk maken van stereotyp gedrag levert het paard juist extra stress op. 

De oplossing ligt niet in het wegnemen van de symptomen, maar in het wegnemen van de oorzaken. Neem het voorbeeld van de luchtzuiger, waarbij de oorzaak vaak blijkt te liggen in maagproblemen. Vandaar dat het aan te raden is om een luchtzuiger op maagzweren te laten controleren. Hout-eters kunnen ook maagproblemen hebben, maar hebben meestal behoefte aan meer ruwvoer.

Is het wel zo slecht?

Toch betekent het wegnemen van de oorzaak vaak niet dat het paard ophoudt met het gedrag. De vraag is of het zo erg is als het paard dit abnormale gedrag blijft vertonen. Luchtzuigen bijvoorbeeld zou gaskoliek veroorzaken of vermagering van het paard. Er is nooit bewezen dat stereotypieën zo veel slechte gevolgen hebben voor het paard als er gezegd wordt. Bij luchtzuigen komt er eigenlijk niet of nauwelijks lucht in de maag terecht. De reden dat koliek misschien toch voorkomt bij luchtzuigers kan komen doordat deze dieren in beginsel al problemen hebben met de spijsvertering.

Wat wél een groot probleem is bij luchtzuigers en kribbebijters, is dat de snijtanden zo ver af kunnen slijten dat het eten van onder andere gras en ruwvoer erg moeilijk wordt. Om het afslijten van de tanden te voorkomen, kunnen alle plaatsen waar een paard luchtzuigt of kribbebijt met rubber worden afgezet.

Kortom, zoek naar de oorzaken van het stereotype gedrag en neem geen paard-onvriendelijke maatregelen om het gedrag “te bestraffen”, hierdoor wordt het welzijn van het dier alleen maar verder verminderd!


Wat zijn stereotypieën?

Stereotypieën zijn steeds herhalende, dwangmatige bewegingen die geen duidelijke functie hebben. Bij paarden kennen we bijvoorbeeld het luchtzuigen en/of kribbebijten, weven, hout eten en het heen en weer lopen volgens een vast patroon in de stal of voor het hek van de wei.

Luchtzuigen niet altijd verveling

Luchtzuigen en/of kribbebijten zijn niet alleen tekenen van verveling. Een paard dat onvoldoende ruwvoer kan eten krijgt pijn in de buik doordat er wel verteringssappen worden gemaakt in de maag, maar geen speeksel om deze zure sappen te neutraliseren. Door te gaan luchtzuigen of kribbebijten maakt het paard speeksel aan dat de maagsappen neutraliseert. 


Voldoende kauwen zeer belangrijk

De nieuwste onderzoeken bewijzen dat het kauwgedrag van paarden invloed heeft op de ontwikkeling van maagzweren. Door veel te kauwen maakt het paard veel speeksel aan dat zure maagsappen in de maag neutraliseert. Daardoor neemt de kans op maagzweren af.

Pavo heeft speciaal hiervoor Pavo DailyPlus ontwikkeld, een ruwvoer product dat speciaal is ontwikkeld om je paard langer te laten kauwen. Wanneer je het mengt met je dagelijkse krachtvoer kan je paard tot wel 3 x zo lang over zijn maaltijd doen en daarbij ook veel meer speeksel aanmaken.